Arenberg neemt voorbeeldrol op voor jonge makers

Door de sluiting van cultuurhuizen hebben verschillende makers, artiesten en gezelschappen het moeilijk. Binnen de culturele sector is de impact groot. Ook verschillende freelancers zoals technici worden getroffen. Deze groepen komen vaak niet of slechts ten dele in aanmerking voor de tot nu toe uitgewerkte Vlaamse of federale steunmaatregelen. De stad Antwerpen bekijkt daarom hoe ze de sector een hart onder de riem kan steken.

De sluiting van cultuurhuizen heeft een enorme impact op de makers van vandaag.

“Niet enkel gevestigde waarden, maar vooral ook jong, openbloeiend talent heeft het moeilijk om het hoofd boven water te houden tijdens deze gezondheidscrisis. De producenten, makers, uitvoerders en technici van de voorstellingen die gecanceld zijn, komen vandaag vaak niet in aanmerking voor tijdelijke werkloosheid of andere steunmaatregelen die door de Vlaamse en federale overheid uitgewerkt zijn. De impact van deze crisis is erg groot voor hen.”

De oproep van minister-president Jambon, om het geld voor betaalde tickets niet terug te eisen, wordt wel gevolgd, en die solidariteit is mooi om te zien maar meer is nodig. Jonge makers hebben immers ook af te rekenen met gemaakte kosten voor de geannuleerde shows.

Het Overleg Kunstenorganisaties (OKO) lanceerde een voorstel vanuit de sector. De schepen voor cultuur van de stad Antwerpen beseft hoe moeilijk de sector het heeft momenteel, en is bereid om te bekijken hoe de stedelijke instellingen zoals Arenberg mee een voorbeeldrol kunnen opnemen in dit voorstel.

Concreet houdt dit voorstel in dat

  • Voorstellingen die geannuleerd of uitgesteld werden o.w.v. de corona-crisis niet als overmacht beschouwd worden.
  • De cultuurhuizen betalen een deel van de uitkoopsom, met een minimum van 30% en een plafondbedrag van € 3.000,-. Deze tegemoetkoming wordt gehanteerd om de artiesten, technici en spreidingsbureaus, met prioriteit voor wie niet op tijdelijke werkloosheid of een andere uitkering kan terugvallen, te vergoeden.
  • Andere kosten die contractueel vastgelegd werden komen te vervallen.

“Artiesten, gezelschappen en (jonge) makers zijn van onschatbare waarde voor onze stad. Hun creativiteit is het bindmiddel dat zorgt voor een levendige en bruisende stad met een breed en divers cultureel aanbod waar we terecht trots op zijn. Om hen een broodnodig duwtje in de rug te geven, wil ik mee bekijken of en hoe we dit voorstel kunnen toepassen op onze stedelijke cultuurhuizen en culturele instellingen. Met Arenberg en het openluchttheater Rivierenhof geven we alvast het goede voorbeeld en volgen we het voorstel van OKO.”