Spelen in Antwerpen: visie, aanpak en aanbod

Kinderen spelen altijd en overal. Al spelend amuseren ze zich én ontwikkelen ze zichzelf in relatie tot anderen en hun omgeving. Ze spelen graag overal en niet alleen op de voor hen gereserveerde speelplekken. De toegankelijke open ruimte in een grootstad is echter niet onuitputtelijk. Daarom is een doordacht speelbeleid meer dan noodzakelijk.

Wanneer we het hebben over speelruimte moeten we verder durven denken dan de grenzen van een speelterrein. Grote delen van de openbare ruimte zouden toegankelijk en bespeelbaar moeten zijn voor kinderen en jongeren. Een zinvol speelruimtebeleid richt zich daarom op de totale openbare ruimte.

Van statische stad naar speelstad
Als schepen van Jeugd heb ik ingezet op samenwerking tussen de verschillende beleidsdomeinen en betrokkenen om Antwerpen aantrekkelijker te maken voor spelende kinderen en jongeren. Bij het uitbouwen van speelvoorzieningen moet je met veel factoren rekening houden, zoals bv. het ruimtelijk concept van een buurt. Toch ben ik erin geslaagd om onze speelruimte vorm te geven en voor onze kinderen meer veilige en toegankelijke speelopties te voorzien.

Een kindvriendelijke stad is een stad waar alle beleidsactoren zich samen inspannen om spelen mogelijk te maken. Voldoende plek om te kunnen spelen is één zaak, er kunnen en mogen spelen nog een andere.

Kinderen hebben een stem
Kinderen en jongeren maken in onze stad meer dan een derde van de bewoners uit. Daarom houden we rekening met hun inzichten en mening. Bij de heraanleg van openbaar domein organiseren we een inspraakproces met de gebruikers. Zij hebben allen hun deskundigheid.

Speelruimte overstijgt het belang van kinderen
De openbare ruimte heeft een belangrijke rol als ontmoetingsplek voor kinderen en volwassenen. Spelende kinderen verbeteren de sociale samenhang in een wijk. Niet alleen leren de kinderen samen spelen, zee creëren ook ontmoetingskansen voor volwassenen.

Waar kunnen onze kinderen spelen in Antwerpen?

Speelbossen – Een speelbos is een populaire term voor speelzone: een (deel van een) bos of natuurgebied dat permanent of gedurende een vaste periode toegankelijk is voor kinderen en jongeren en voor het jeugdwerk. De erkenning van een (deel van een) bos als speelzone heeft voordelen voor alle partijen. Zo is bv. de eigenaar gratis verzekerd voor zijn burgerlijke aansprakelijkheid en kan hij subsidies krijgen voor het openstellen van zijn bos als speelbos.

Voorbeelden van speelbossen in Antwerpen zijn Park Groot Schijn, Rozemaai en het Kraaienbos.

Speelstraten – Een speelstraat is een openbare weg waar tijdelijk en tijdens bepaalde uren aan de toegangen een hek geplaatst is met een verkeersbord C3 (= verboden te rijden) voorzien van een onderbord met de vermelding ‘speelstraat’. Een speelstraat afbakenen kan op woensdagnamiddag, op bepaalde dagen tijdens de vakantie maar ook voor het jaarlijkse straatfeest.

Speelterreinen – Een ingerichte ruimte op het openbaar domein waarin zich minstens één speeltoestel bevindt. Nagenoeg de hele stad wordt zo gedekt met een speelterrein op wandelafstand van gezinnen. Afhankelijk van de grootte van het speelterrein trekken we een straal van 150 tot 400 meter. Ongeveer 93% van de kinderen en jongeren woont zo binnen het bereik van een speelterrein.

Er zijn verschillende types speelterreinen: natuurlijke speelterreinen (bv. Park van Eden), waterspeelterreinen (bv. Bremweide), avontuurlijke speelterreinen (bv. Park Mastvest), klassieke speelterreinen (bv. Nachtegalenpark) en ‘stedelijke’ speelterreinen (bv. Willy Vandersteenplein). Al deze speelterreinen zijn integraal toegankelijk. Een overzicht van alle speelterreinen vind je hier.

Tijdens deze legislatuur werden er zes speelterreinen heraangelegd: het Stuivenbergplein in Antwerpen, de Arenaweide in Deurne, de Robinsontuin op Linkeroever, Park Groot Schijn in Deurne, Te Boelaerpark in Borgerhout en het Fort van Merksem. Het Steytelinckpark in Wilrijk, het Nachtegalenpark in Antwerpen en de Vikingspeelslinger op Linkeroever komen daar voor eind 2018 nog bij.

Speelruimteweefsel – Er is gekeken welke routes kinderen gebruiken om zich te verplaatsen en hoe we deze routes aangenamer en veiliger kunnen maken. Dat netwerk van speelplekken heet een ‘speelweefsel’: een gebied waarin kinderen zich zelfstandig en veilig van de ene plek naar de andere kunnen bewegen, zoals bv. scholen, jeugdlokalen, station…

De voorwaarden voor een speelruimteweefsel zijn: informele speelplekken zoals voetpaden, groenstroken… meer of beter bespeelbaar maken, schoolroutes omvormen tot uitdagende speelroutes en het verkeer – waar mogelijk – weren of afremmen. Dat steeds in evenwicht met alle functies die een stad te vervullen heeft.

Speelruimte – Speelruimte is ruimer dan speelterreinen en is toegankelijke open ruimte, die gebruikt kan worden om te spelen. Concreet bevat het toegankelijk groen, pleinen, speelterreinen, skateterreinen en buurtsportterreinen. Meer info vind je hier.