Kan ook een stad zijn burgers ‘nudgen’?

Op zondag 10 december ontvangt Richard Thaler de Nobelprijs voor Economie. Er zal wereldwijd applaus en gefoeter weerklinken over de vermeende betutteling van ‘nudging’, de term die hij lanceerde voor het zachtjes aanporren van het gedrag van burgers in deze of gene richting. De vraag is echter niet of een stad als Antwerpen dit mag doen, maar of ze het niet moet doen…

Hoewel we er ons nauwelijks van bewust zijn, worden we elke dag ‘genudged’. In de warenhuizen liggen immers weinig producten toevallig waar ze liggen. Hun kleur, hun plaats, de verpakking van de producten en de architectuur van warenhuizen zitten vol subtiele hints die ons manipuleren om te kopen. Maar niet alleen binnen de retail sector wordt deze techniek vaak gebruikt. Denk bijvoorbeeld maar aan het vliegje in het urinoir, Holle Bolle Gijs in de Efteling, de voetstappen naar de vuilnisbak, de fruitmand in het zicht en de koekjesdoos diep in de kast of de groene stickers op energievriendelijke koelkasten.

Richard Thaler pleit voor een gelijkaardig systeem waarin de overheid deze technieken ook kan inzetten om veiliger, gezonder of duurzamer gedrag te suggereren bij haar inwoners. Bij deze subtiele wenken is het natuurlijk wel essentieel dat de keuzevrijheid gegarandeerd blijft: als overheid zouden we bepaalde keuzes over gezondheid, over veiligheid of over het milieu wat makkelijker kunnen maken. Maar het blijft natuurlijk wel de vrije keuze om deze subtiele hints al dan niet te volgen.

In dit kader hebben wij vanuit de stad Antwerpen het proefproject Circular South opgezet met een slimme manier van nudging waarin de bewoners zelf de hoofdrol zullen spelen. In de energievriendelijke groene wijk Nieuw Zuid wijk starten we de komende jaren een aantal experimentele initiatieven die de circulaire economie in de stedelijke praktijk brengen.

Het project moet onze inwoners op weg helpen met deze technieken. Naast een ontmoetingsplek is er ook een herstellingswinkel, een energie-coöperatieve en zijn er recycleerateliers. Gedeeld gebruik zoals het delen van werktuigen en autodelen wordt gestimuleerd en we investeren in opslagbatterijen voor zonne-energie en slimme afvalcontainers. Als kers op de taart worden de bewoners ook betrokken in een project rond nudging.

Met dit project willen we als overheid in kaart brengen hoe efficiënt nudging is, zonder paternalisme of misleiding. We willen weten wat er werkt en wat er niet werkt. Wat willen onze bewoners zelf en hoe kunnen we ze helpen?

Concreet zal de gebruiker via het netwerk van slimme energie- en watermeters op elk moment van de dag zijn verbruik kunnen weten en meten. Als je dan een mailtje of sms-je krijgt dat het een zonnige dag wordt en je best nu de wasmachine aanzet, doe je dat dan? Wat betekent dat voor ons verbruik? Als iemand je verwittigt dat dankzij de windsnelheid van de dag je elektriciteit op dat moment gratis is, vind je dat dan betutteling?

Het zijn dit soort zachte porren die we gaan onderzoeken op hun efficiëntie. Het project wordt een technologisch hoogstandje met partners als iMec, EnergieID, Ecopower, Digipolis en EnergyVille, maar is vooral ook een gemeenschapsvormend project en een laboratorium om in de werkelijkheid te zien wat werkt en wat de bewoners zelf willen.

Zo is het is bij nudging essentieel dat die porren heel transparant zijn en in samenwerking met de bewoners worden uitgewerkt. De bewoners gaan zelf aan de stuurknuppel zitten van het experiment. Zij zijn het die hun ecologische voetafdruk zullen inperken. Wie ingaat op de suggestie zal beloond worden via een onlinetoepassing waarmee ze opnieuw circulaire producten of diensten kunnen aanschaffen.

De bedoeling is dat dit labo later de rest van de stad en hopelijk ook andere steden kan inspireren om samen met haar inwoners veiliger, gezonder of duurzamer gedrag te bevorderen.